Als een kind of jongere regelmatig boos is, driftbuien heeft, agressie vertoont of telkens opnieuw in de problemen raakt op school of thuis, dan gaan gedragsproblemen verder dan ‘lastig’ gedrag. Ouders/verzorgers, leerkrachten/docenten of begeleiders merken bijvoorbeeld:
- Frequente woede-uitbarstingen of conflicten
- Agressie naar leeftijdsgenoten of volwassenen
- Pesten, liegen, spijbelen of stelen
- Structureel negeren van regels en grenzen
- Risicovrienden die negatief gedrag versterken
- Gevoel van onmacht of uitputting binnen het gezin
- Vermijden of afwijzen van hulp of begeleiding
Voor verwijzers is het belangrijk om te letten op structureel, grensoverschrijdend gedrag dat niet past bij de ontwikkelingsfase van het kind.